De plek innemen die van jou is
Veel onrust in systemen ontstaat niet doordat mensen te weinig doen,
maar doordat zij niet op hun eigen plek staan.
Dat gebeurt zelden bewust.
Vaak uit betrokkenheid. Loyaliteit. Verantwoordelijkheidsgevoel.
Iemand neemt iets over wat niet van hem of haar is.
Gaat dragen, oplossen, compenseren.
Met de beste intenties.
En toch raakt het systeem uit balans.
Wat betekent ‘je plek innemen’?
Je plek innemen betekent niet:
- harder werken
- meer verantwoordelijkheid dragen
- zichtbaarder zijn
Het betekent: je verhouden tot wat van jou is — en laten wat niet van jou is.
In systemisch werk kijken we naar:
- positie
- ordening
- verantwoordelijkheden
- en onderlinge verhoudingen
Wanneer iemand boven, onder of naast zijn plek gaat staan, ontstaat er spanning. Soms subtiel. Soms luid.
In het onderwijs zie ik dit vaak
Leerkrachten die:
- emotioneel dragen wat bij ouders hoort
- verantwoordelijkheid nemen voor keuzes van de organisatie
- zorg op zich nemen die eigenlijk niet van hen is
Het lijkt krachtig.
Maar op de lange termijn kost het energie, helderheid en rust.
En vaak ontstaat er juist méér onrust in plaats van minder.
Terug naar je eigen plek
Wanneer iemand zijn of haar eigen plek weer inneemt:
- valt er iets terug waar het hoort
- ontstaat er ontspanning
- komt er ruimte voor iedereen
Niet door grenzen te forceren,
maar door innerlijk te erkennen: dit is niet van mij.
Dat vraagt moed.
En zachtheid.
In mijn begeleiding
Ik help mensen en teams om te voelen:
- waar sta ik?
- wat draag ik?
- en wat mag ik terugleggen?
Zonder oordeel.
Zonder haast.
Wanneer iemand weer op zijn eigen plek staat, hoeft er minder ‘geregeld’ te worden.
Het systeem corrigeert zichzelf.
Rust ontstaat wanneer iedereen staat waar hij hoort.
